Volledige Interview

Richtlijnen voor het afnemen van de vragenlijst
Deze vragenlijst is ontworpen om kenmerken van hallucinaties en wanen te beschrijven. Tevens wordt de ernst van deze klachten gemeten. De vragenlijst kan worden toegepast bij patiënten met verschillende aandoeningen en ook bij mensen zonder diagnose. Aangezien de vragen in het interview persoonlijk, en soms zelfs confronterend kunnen zijn, is het belangrijk om de vragenlijst goed in te leiden. Geef daarvoor eerst uitleg over de vragenlijst en het soort vragen dat de deelnemer kan verwachten. Probeer de deelnemer op zijn gemak te stellen en geef duidelijk aan dat er op elk moment tijdens het interview een pauze kan worden genomen. Besluit samen met de deelnemer wat het beste moment is om de lijst af te nemen. Sommige medicatie kan bijvoorbeeld invloed hebben op de concentratie en daarmee op de afname van het interview. Daarnaast is het belangrijk om uit te leggen dat waarschijnlijk niet alle vragen van toepassing hoeven te zijn op de deelnemer en dat daardoor delen van het interview kunnen worden overgeslagen. Alle items op de vragenlijst hebben betrekking op ervaringen in de afgelopen zeven dagen. Alleen de frequentie items (bijv. A1, V1, O1, O3 en O6) worden gescoord over een breder tijdsbestek, waaronder de afgelopen week, afgelopen maand en ooit in het leven (lifetime). Bij een score van 2 of hoger op deze items (aanwezigheid van dit symptoom gedurende de afgelopen zeven dagen) dienen de overige items op deze subschaal ook te worden uitgevraagd. Tijdens het afnemen van de vragenlijst kunnen de dikgedrukte vragen hardop aan de deelnemer worden voorgelezen. De schuingedrukte vragen zijn optioneel en kunnen worden gebruikt wanneer verder doorvragen nodig is (aangegeven als ‘voorbeeldvragen’). De onderstreepte items meten de ernst van symptomen en worden kwantitatief gescoord (antwoordopties in nummers). Indien bij de vragen over de ernst meerdere antwoorden van toepassing zijn, scoor dan het antwoord met de hoogst toepasselijke score. De overige items beschrijven symptoomkarakteristieken en worden kwalitatief gescoord (antwoordopties in letters). Indien bij deze beschrijvende vragen meerdere antwoorden van toepassing zijn, kunnen alle letters die van toepassing zijn worden gescoord. Wanneer de deelnemer tijdens het interview wordt vergezeld door een begeleider (bijv. familielid, partner of verpleegkundige), kunnen zij waar nodig extra informatie toevoegen aan de antwoorden van de deelnemer. Echter, hallucinaties en wanen zijn hele persoonlijke ervaringen, waardoor het antwoord van de deelnemer leidend is wanneer deze afwijkt van de begeleider. De introductievraag van het interview is bedoeld om na te gaan of de deelnemer voldoende in staat is om de vragen te begrijpen en te beantwoorden. Wanneer de deelnemer een 4 of een 5 scoort op dit item is de betrouwbaarheid van de antwoorden twijfelachtig. In dit geval kan het handig zijn om de eventuele aanvullingen van een begeleider zwaarder te wegen bij het scoren.


Richtlijnen voor het scoren van de items over hallucinaties en wanen
Scoren van items over hallucinaties
Hallucinaties hebben perceptuele kwaliteiten. Ze worden bijvoorbeeld gehoord, gezien, geproefd, geroken of gevoeld. Neem geen ideeën, (vreemde) gedachten of dagdromen mee bij het scoren van hallucinaties.


Scoren van items over wanen
Voor elke vraag geldt dat moet worden gecheckt of de overtuiging inderdaad een waan is. Dit is het geval als de overtuiging vrijwel zeker niet waar is en niet gedeeld wordt door anderen. Wanen zijn heel levendig voor de deelnemer. Als de deelnemer niet echt in zijn idee gelooft, dan is het geen waan en waarschijnlijk ook geen waanachtig idee (maar kan dit wel in het verleden zijn geweest). Als de deelnemer volledig (100%) overtuigd is van een idee, dat niet waar kan zijn en niet gedeeld wordt door anderen, scoor dan C: waan. Als de deelnemer een sterke overtuiging heeft, die niet waar is en niet door anderen gedeeld wordt, maar er bij deelnemer enige twijfel of onzekerheid is, scoor dan B: waanachtig idee. Bij het beoordelen van religieuze overtuigingen, controleer of de religieuze overtuiging overeenkomt met bekende ideeën binnen de cultuur van de deelnemer. Religieuze wanen zijn inconsistent met geaccepteerde spirituele overtuigingen.